|
Cognitieve gedragstherapie
Het denkkader waarin tijdens de behandeling gewerkt wordt is de cognitieve gedragstherapie. Alle patiënten worden in dit denkkader geschoold tijdens het begin van hun behandeling. Vanuit dit kader wordt een op de individuele problematiek van iedere patiënt toegesneden behandelplan opgesteld. De behandelplannen zijn dan ook verschillend: de een heeft een vol programma, de ander dient wat meer rust in acht te nemen. Ook inhoudelijk kan de behandeling sterk verschillen. Gevolg hiervan is dat de trainingsgroepen en therapiemodules waaraan elke patiënt deelneemt, wisselend van samenstelling zijn. De nadruk ligt echter wel op het werken in de groep (groepstherapie): van en aan elkaar kan men leren om van oude gewoonten los te komen. Daarom wordt de onderlinge omgang in het therapeutisch milieu ook in alle opzichten bevorderd (milieutherapie). Een voorbeeld hiervan is dat elke patiënt zijn kamer met een of twee anderen deelt: dit stimuleert tot omgang en overleg met elkaar. Beide zijn onmisbare instrumenten voor het bevorderen van verandering.
Overleg
Overleg met behandelaars en medepatiënten vormt de rode draad in de behandeling. Dit vindt met name dagelijks plaats in de werkgroep, de vaste groep van patiënten die door dezelfde gedragstherapeut en co-therapeuten worden behandeld. Daarin wordt gezamenlijk onderzocht welke problemen iemand ervaart, hoe die in stand worden gehouden, hoe men er het beste mee om kan gaan en hoe anderen daarbij zouden kunnen helpen. Ook het wekelijkse huisoverleg van alle patiënten en teamleden staat geheel in het teken van overleg: het behandelklimaat (omgang en sfeer) worden daar besproken en er worden allerhande praktische afspraken gemaakt die nodig zijn voor de continuïteit van de behandeling en van de dagelijkse gang van zaken in huis.
Programma
Elke patiënt volgt een aantal standaard programma-onderdelen zoals de sociale vaardigheidstraining, de cognitieve training, de paniekmodule, de training probleem oplossen en diverse vaktherapieën (creatieve therapie, muziektherapie, psychomotorische therapie). Deze worden per patiënt aangevuld met therapie-onderdelen (individueel of in groepsverband) die voor zijn of haar specifieke problematiek van belang zijn. Voor vele van deze therapieonderdelen en trainingen is het nodig van tevoren huiswerk te maken. Hierdoor en door het tamelijk drukke programma heerst er een werksfeer in de kliniek.
Gevolg is dat iedereen een van week tot week verschillend programma kan hebben. Dit weekprogramma wordt telkens aan het einde van de voorafgaande week aan elke patiënt uitgereikt. Afhankelijk van de fase waarin de behandeling zich bevindt, zal dit weekprogramma overigens meer of minder gevuld zijn.
Meer informatie over het totale behandelprogramma en de verschillende onderdelen daarvan is te vinden in een brochure die de patiënt bij opname in de kliniek krijgt uitgereikt. Daarin staan ook diverse praktische zaken en huisregels vermeld die in onderling overleg zijn vastgesteld. |
|
|
 |
|