|
Binnenkomen
Patiënten worden in twee- of drietallen opgenomen op woensdag om een geleidelijke gewenning te bevorderen. Iedereen krijgt een persoonlijk begeleider toegewezen. Dit is een reeds in de kliniek verblijvende medepatiënt die tot taak heeft de nieuwkomer wegwijs te maken. Al meteen vanaf het eerste weekend gaan patiënten weer naar huis.
Elke patiënt krijgt een gedragstherapeut (hoofdbehandelaar) toegewezen en een gedragsthera-peutisch medewerker/co-therapeut die, samen met de patiënt, verantwoordelijk zijn voor de hele behandeling, zowel in de klinische fase als ook in de fasen daarna.
De eerste weken van de behandeling staan in het teken van kennismaking (met behandelaars, medepatiënten en het totale behandelprogramma), van onderzoek (psychologisch onderzoek, lichamelijk onderzoek, gesprekken met behandelaars) en observatie tijdens de vaktherapieën en in de kliniek. De gedragstherapeut stelt op basis van de aldus verzamelde gegevens in overleg met de patiënt een behandelplan op dat de status heeft van een behandelovereenkomst. Daarin is vastgelegd aan welke probleemgebieden wel of (voorlopig nog) niet gewerkt gaat worden en aan welke programma-onderdelen men deelneemt.
Voortgang
De voortgang van de behandeling wordt elke vier weken binnen het behandelteam besproken. Daarnaast overleggen de directe behandelaars elke week met elkaar en met de patiënt over de ontwikkeling in de behandeling. In de tiende week kan, indien nodig, een verlenging worden aangevraagd. Om de noodzaak daarvan goed te kunnen beoordelen en om patiënten in staat te stellen zich een realistisch beeld te vormen van het tot dan toe bereikte resultaat, gaan patiënten een gedeelte van de negende week naar huis voor de zogenaamde praktijkweek. Bij terugkeer wordt samen met de relevante gezinsleden de balans opgemaakt en wordt besloten of er verlenging van de klinische behandeltermijn wordt aangevraagd.
Tegen het afgesproken einde van de klinische fase van de behandeling gaan patiënten in toenemende mate met verlengde weekends naar huis om daar of in verband met werk en/of opleiding zoveel mogelijk de volgende fase te kunnen voorbereiden. De klinische fase van de behandeling wordt zo geleidelijk aan afgebouwd.
Deeltijdbehandeling
Als patiënten na afsluiting van de klinische fase van de behandeling (nog) niet terugverwezen (kunnen) worden naar hun eigen regio voor voortgezette ambulante behandeling, komen zij aansluitend doorgaans één dag, maar soms ook twee dagen per week, terug in de kliniek om deel te nemen aan de deeltijdbehandeling. Ook deze duurt standaard maximaal twaalf weken met, net zoals in de klinische fase, de mogelijkheid om hooguit driemaal met telkens maximaal vier weken verlenging aan te vragen.
Nabehandeling
Als het bereikte resultaat zodanig is dat deeltijdbehandeling niet langer nodig blijkt, vindt overdracht van de behandeling naar de eigen regio plaats. Is dit (nog) niet mogelijk of niet gewenst, dan kunnen patiënten aansluitend deelnemen aan de, vanuit de kliniek verzorgde, poliklinische nabehandelingsgroep. De frequentie van deelname is dan niet langer wekelijks: patiënten worden in de gelegenheid gesteld hun nabehandeling langzamerhand af te bouwen.
De poliklinische nabehandeling is gebonden aan het maximale aantal van vijftien keren en aan een uiterste termijn van één jaar.
Behandelteam
Het behandelteam van de kliniek bestaat uit:
• 3 gedragstherapeuten
• 1 psychiater
• 6 gedragstherapeutisch medewerkers/co-therapeuten
• 1 creatief therapeut
• 1 muziektherapeut
• 1 psychomotorisch therapeut
Dit team wordt ondersteund door:
• 3 gastvrouwen
• 1 psychologisch medewerkster
• 1 huishoudelijk medewerkster
• 1 secretaresse
Op indicatie wordt een ergotherapeute, diëtiste of sociaal-juridisch dienstverlener ingeschakeld ten behoeve van de ondersteuning van de behandeling.
|